Voor vragen of ziek meldingen, bel 015-2143274

Beleidsplan Kinderdagverblijf Knorretje

Hieronder kunt u ons beleidsplan raadplegen.

1 Knorretje

1.1 Groepsindeling

Kinderdagverblijf Knorretje bestaat uit twee groepen. Een groep kinderen van 0 tot 2 jaar zitten beneden en een groep van twee t/m vier jaar boven.

De benedengroep telt 13 á 14 kinderen met vier leidsters en de bovengroep 14 á 16
kinderen met twee leidsters. Op de groepen staan vaste leidsters, we werken niet met invalleidsters. We kennen geen open deur beleid.

1.2 Openingstijden

De deuren zijn ‘s morgens open tussen 8.00 en 9.30 uur. Dit is ’s middags van 16.30 tot 18.00 uur. In de tussentijd zijn de deuren gesloten. Als u incidenteel later bent dan 9.30 uur, belt u dan even aan.

1.3 Inschrijven

U kunt inschrijven via een inschrijfformulier. Ruim van tevoren wordt u gebeld als er een plekje is voor uw kind.
Broertjes en zusjes krijgen voorrang omdat het niet praktisch is om kinderen naar
verschillende dagverblijven te brengen.

1.4 Wenperiode benedengroep

Als een kindje nieuw komt bij Knorretje dan volgt er eerst een intake gesprek en dan
een wenperiode voor kind en ouder.

De eerste keer blijft de ouder er even bij en neemt de slaap,- en flestijden door met de leidsters, het kindje blijft dan ca. twee uurtjes.

De tweede keer blijft het kind een ochtend en de derde keer tot 16.00 uur.
Gaat het om een ouder kindje dan kijken we naar het kind en overleggen met de
ouders.

1.5 Wenperiode bovengroep

Als een kindje van de benedengroep naar de bovengroep gaat, omdat het tussen de 2 en 2,5 jaar is, wordt er een maand uit getrokken om te wennen.

Eerst gaat het kind na het drinken van 9.30 uur boven spelen tot 11.30 uur.
De tweede keer drinkt het kind ook boven de limo mee en komt beneden weer eten.
De derde keer gaat het boven drinken, spelen en ook mee eten.

Daarna een hele dag of twee hele dagen tot het moment dat het bij de bovengroep staat
ingeschreven.

Wij kijken continu naar het kind of wij het wenproces moeten versnellen of juist wat
rustiger aan moeten doen. Dit is per kind verschillend.
Tijdens dit proces is er overleg met de ouders die van te voren op de hoogte zijn
gebracht.

De kinderen krijgen van tevoren een kaart met daarop de datum van de wenafspraken.

1.6 Emotionele veiligheid

Bij knorretje werken we aan de emotionele veiligheid van het kind:
-De leidster communiceert met de kinderen.
-De leidster heeft een respectvolle houding naar de kinderen.
-Er heerst een ontspannen, open sfeer in de groep.
-De kinderen worden uitgenodigd tot participatie.
-De kinderen hebben vaste beroepskrachten en bekende leeftijdsgenootjes om zich heen.

1.7 Persoonlijke competentie

We werken aan persoonlijke competentie:
-De leidster ondersteunt en stimuleert individuele kinderen.
-Er is een goede interactie tussen leidster en kind.
-Kinderen hebben de mogelijkheid om eigen ervaringen op te doen middels speelmateriaal
activiteitenaanbod en inrichting.
-Er is aandacht voor leermomenten, hierbij is taal van jonge kinderen belangrijk.

1.8 Indeling en activiteiten

De inrichting van Knorretje is verdeeld in aparte hoekjes voor rustige spelletjes,
knutselen, een poppenhoek, spring en klauterhoekjes enz.
Het speelgoed is gericht op fijne en grove motoriek, leer en ontwikkelingsmethode.
De kinderen doen gezamenlijke en individuele activiteiten, zij leren om samen te spelen
met anderen en leren luisteren naar anderen.

Er zijn terugkerende activiteiten zoals de seizoenen, sinterklaas, kerst en
verjaardagen. Deze feesten worden ieder jaar traditioneel gevierd.

De dagindeling is gebaseerd op momenten van actie en rust. We springen,
dansen, klimmen en klauteren met de kinderen maar we hebben ook periodes waarin we rustig een boekje lezen, een spelletje of puzzeltje doen aan de tafel. Er is een gevarieerd programma elke dag met een aantal rituelen zoals zingen voor het eten.

1.9 Stagiaires

Knorretje werkt af en toe met stagiaires. Dit kan variëren van snuffel, maatschappelijke stage tot een BBLer. (Beroeps Begeleid Leren) De BBLer zal in het eerste jaar de activiteiten met de kinderen en de verzorging van de kinderen onder begeleiding van een stage begeleidster uitvoeren.
In het tweede jaar zal zij deze activiteiten en verzorging onder toezicht doen en het
derde jaar zal zij alles zelfstandig uitvoeren maar de eind verantwoording ligt bij de
stage begeleidster.

1.10 Communicatie tussen kinderdagverblijf en ouders

Elke twee maanden verschijnt er een nieuwsbrief waarin iedereen op de hoogte wordt
gebracht van de laatste ontwikkelingen van Knorretje.

Iedere maand krijgt het kind een schriftje mee naar huis. Hierin schrijven roulerend de leidsters en u als ouder een verhaal over hoe het gaat met het kind bij Knorretje.

De ouders zijn verplicht om een medicijnlijst in te vullen als het kind medicijnen moet
gebruiken.

1.11 Overige

Knorretje is lid van de Branche vereniging.

De Oudercommissie is lid van BOINK. ( belangen vereniging voor ouders in de
kinderopvang)

1.12 Klachten

Bij KLACHTEN kunt u zich op de eerste plaats richten tot de leidsters van de groep.
Deze zaken worden altijd onder de aandacht gebracht bij Jolanda en Joke. Mocht u er niet uitkomen, dan kunt u contact opnemen met Jolanda en Joke.

Bij klachten die niet onderling kunnen worden opgelost, ongeacht de aard van de klacht,
kunnen de ouders en het k.d.v. zich richten tot de branche vereniging en Boink.
Het gaat hier om een klachtenregeling met een onafhankelijke klachtenprocedure via
de geschillencommissie.

2 Pedagogisch beleid

2.1 Algemeen

In het pedagogisch beleid staan;
Alle formele en informele afspraken die tezamen continuïteit en gelijk gerichtheid
geven aan het handelen met betrekking tot de opvoeding en ontwikkeling van kinderen.
Het gaat hierbij dus alleen om het handelen in de opvoeding, zoals het begeleiden van
kinderen bij het uiten van hun gevoelens, kinderen leren elkaar te respecteren en het
aanmoedigen van kinderen in hun motorische ontwikkeling.

In het pedagogisch beleid gaat het over hoe en waarom van het handelen van leidsters
met kinderen.

De leidsters dienen rekening te houden met de geaardheid en mogelijkheden van het
kind.

2.1.1 Visie

De visie op de ontwikkeling van ieder kind is;

-eerlijkheid
-loyaliteit
-betrouwbaarheid
-stimuleren om te spelen en samen spelen
-samen delen
-helpen naar zelfstandigheid
-werken aan zelfvertrouwen
-omgaan met eigen inbreng van het kind
-veiligheid en vertrouwen

2.1.2 Rol van de leidster

Opvoeden bereikt elk gebied van de ontwikkeling van kinderen;

-leidsters moedigen kinderen aan elkaar te helpen (sociale ontwikkeling)
-leidsters helpen met woorden bij b.v. het leggen van een puzzel (verstandelijke ontwikkeling)
-leidsters bemiddelen in ruzies tussen kinderen (sociaal-emotionele ontwikkeling)
-leidsters helpen kinderen met afscheidsverdriet (emotionele ontwikkeling)
-leidsters laten kinderen weten dat ze hen begrijpen, zodat kinderen hen vertrouwen en
weten dat ze mogen zijn wie ze zijn (emotionele ontwikkeling)
-leidsters helpen bij het klauteren op een klimrek (motorische ontwikkeling)

Communicatieve vaardigheden. Naast de kinderen heb je ook veel contact met ouders en collega’s. Je kunt je zowel op kindniveau als in het contact met volwassenen goed uitdrukken. Je spreekt duidelijk en kunt goed luisteren. Ook schriftelijk moet je je goed kunnen uitdrukken. Je rapporteert over alle kinderen in een kindvolgsysteem of andere rapportage. Dat betekent dat je goed moet bijhouden of alle kinderen voldoende aan bod komen.

Creativiteit. Knutselen, spelletjes spelen, dansen, toneelspelen, de natuur in. Door een juist daginvulling moet je er voor zorgen dat de kinderen zich niet gaan vervelen. Je stemt de activiteiten af op de leeftijd en vaardigheden van de kinderen.

Inlevingsvermogen. Een kind van acht jaar vindt andere dingen leuk dan een kind van drie. En een kind van vier jaar is met andere dingen bezig dan een kind van elf. Om goed op de verschillende doelgroepen aan te kunnen sluiten, moet je je kunnen inleven in wat kinderen leuk vinden en wat hen bezighoudt.

Organisatietalent. Kinderopvang gebeurt volgens een dagindeling die je samen met je collega’s en leidinggevende opstelt. Om ervoor te zorgen dat de dag volgens de planning verloopt, moet je goed kunnen plannen en organiseren. Je moet de kinderen structuur kunnen bieden, maar tegelijkertijd heb je ook een flinke dosis flexibiliteit nodig wanneer dat nodig is.

Samenwerken. Je staat nooit alleen op een groep. Samen met je collega’s ben je verantwoordelijk voor jullie groep. Om ervoor te zorgen dat alles goed verloopt, maak je samen afspraken, stel je samen een taakverdeling op en geef je elkaar feedback.

Zelfstandigheid. Je staat altijd met collega’s op een groep, maar je hebt vaak ook even alleen de verantwoordelijkheid. Zelf beslissingen kunnen nemen is dan belangrijk: ga ik de luier verschonen van Tom of help ik eerst Vera op het toilet?

Betrokkenheid. Je vindt het leuk om dagelijks met de kinderen bezig te zijn, ook als ze druk zijn, veel lawaai maken tijdens het spelen of veel aandacht en verzorging nodig hebben.

Verantwoordelijkheid. Ouders vertrouwen jou hun kostbaarste bezit toe. Het is belangrijk dat je de verantwoordelijkheid voor de kinderen serieus neemt.

2.1.3 Observatie en Mentor

De kinderen worden dagelijks  geobserveerd in hun ontwikkeling.

De babies hebben hun eigen ritme en wordt dagelijks door gesproken met de ouders.

De ouders ontvangen aan het eind van de dag en baby briefje met daarop de slaap,-en flestijden en bijzonderheden in gedrag/ ontwikkeling.

Voor alle kinderen geldt dat als er door de leidster iets uitzonderlijks geobserveerd wordt zoals bv. ontwikkelingsachterstand of verandering van gedrag, dan worden de ouders gelijk ingelicht.

Indien nodig kan er een gesprek komen tussen leidster en ouders.

De kinderen krijgen een uitgebreide observatie bij 2 en 3,5 jaar.

Hierin observeren wij de taal, inzicht en de totale ontwikkeling van het kind.

Dit doen wij met een digitaal programma van Pravoo en zal uitgevoerd worden door de mentor van het kind en besproken worden met de ouders.

Alle bevindingen staan op papier die de ouders mee krijgen en deze kunnen zij evt. laten zien aan de basisschool van het kind en/of BSO.

Mocht er een school contact met ons willen hebben over het kind, vragen wij eerst toestemming aan de ouders.

Ieder kind van 0 tot 4 jaar heeft zijn/haar eigen mentor en als U ouder krijgt dit te horen tijdens het intake gesprek.

De mentor houdt regelmatig contact met de ouder over de ontwikkeling van het kind en plant indien nodig een extra gesprek in via de telefoon of er wordt een afspraak gemaakt om langs te komen op het kinderdagverblijf. De ouders mogen ook altijd een gesprek aanvragen als zij daar behoefte aan hebben.

Ook is de mentor degene die samen met de drie jarige de werkboekjes behandeld.

Tijdens de breng en haal momenten, is er altijd ruimte om de dag door te nemen.

Buiten de mentor heeft Uw kind vaste gezichten op de groep en werken wij niet met invallers.

2.2 Helpen naar zelfstandigheid en werken aan zelfvertrouwen

2.2.1 Zelfstandigheid

  • De kinderen zelf een flesje of een beker te laten vasthouden.
    We geven ze de tijd en proberen het steeds opnieuw.
    We helpen ze door hun handen naar de fles/beker toe te brengen.
  • De kinderen zelf de stukjes brood of fruit te laten pakken.
    We geven ze de tijd en proberen het steeds opnieuw.
    We helpen ze door de stukjes voor ze neer te leggen of samen een stukje te pakken.
  • De kinderen de ruimte te geven, zowel letterlijk als figuurlijk.
    We zorgen voor een leeg gebied voor rennen en fietsen en we geven de vrijheid om
    dingen te ontdekken en te ondernemen.
    We stellen alleen grenzen daar waar er gevaar dreigt of daar waar
    andere kinderen hinder of last ondervinden.
  • De kinderen zelf te laten spelen.
    We leggen speelgoed op de grond of tafel binnen handbereik of net buiten handbereik
    voor de baby’s.
    Bij het huilen van een baby pakken we het niet direct op, maar bieden opnieuw
    speelgoed aan.
  • De kinderen zichzelf te laten aan- en uitkleden.
    We geven ze de tijd en we stimuleren door ze complimenten te geven.
    Op de grens van dreumes naar peuter laten we ze het uitkleden helemaal zelf doen
    (schoenen, sokken, sjaal, jas enz.)
  • De kinderen de tijd te geven op de pot of wc te plassen, we dwingen niet.
    We laten de kinderen kennis maken met de wc door er samen naar toe te gaan.
    We zetten een kind pas op de wc wanneer het dit zelf aangeeft.
    Wanneer kinderen niets aangeven en we hebben het idee dat ze er aan toe zijn,
    proberen we het. Maar als ze niet willen, doen we het niet.
  • De kinderen hun beleg op de boterham te laten kiezen.
    We stimuleren kinderen in het maken van een keuze.
    Om het gemakkelijker voor ze te maken geven we ze een keuze uit twee soorten beleg.
    Kunnen ze nog geen keuze maken dan geven we ze een boterham en
    benoemen het beleg wat er op zit.
  • De kinderen mee te laten helpen met tafel dekken, opruimen en schoon maken van speelgoed.
    We doen het samen en we geven complimenten en hebben geduld.
  • De kinderen zelf hun handen te laten wassen.
    We kunnen het eerst voor doen.
  • Rekening te houden met het tempo en het kunnen van ieder individueel kind.
    We laten dingen ‘mis’ lopen en reageren daarop door voor te stellen het nog eens te
    proberen.

Bij alle dagelijkse gebeurtenissen bedenken we steeds; Kan dit kind het misschien zelf
of met een beetje hulp?

We realiseren ons dat volwassenen – vaak door haast – veel dingen onnodig van kinderen
overnemen. We willen dit voorkomen en zorgen voor hulpmiddelen waardoor kinderen zelfstandigheid kunnen laten zien.

2.2.2 Variatie in spel

We laten de kinderen ervaren dat een spel kan mislukken, saai of juist chaotisch wordt.
Maar we leren de kinderen daarnaast dat ze daar wat aan kunnen doen en geven daar
suggesties voor. We suggereren bijvoorbeeld een betere methode voor een spel.

We stimuleren de kinderen door zelf aan iets te beginnen. We ruimen eerst samen met de kinderen op en maken daarna een keuze voor een bezigheid. Of we komen met nieuwe ideeën.

Vooral in de babygroep waar de meeste kinderen zelf nog weinig variatie in hun
bezigheden kunnen aanbrengen omdat ze nog zo weinig mobiel zijn, zorgen we voor
afwisseling door; spelletjes met de leidster, verandering van de omgeving, het kind
ergens anders neer zetten of buiten te wandelen.

Bij de grotere kinderen beginnen we vaak zelf aan een spel en maken de kinderen op die
manier actief en geïnteresseerd. Heeft het zich vervelen een emotionele oorzaak, dan praten we over datgene waar het kind mee zit.

Uit reactie van het kind blijkt of we goed begrepen hebben waar het verdrietig over is.
Voordat we iets verbieden, denken we altijd na of het echt nodig is.
Wanneer we gedrag moeten stoppen proberen we kinderen inzicht te laten krijgen in
waarom iets niet kan.

Wanneer we van tevoren weten dat een spel moet ophouden vanwege het dagprogramma,
waarschuwen we de kinderen tijdig, zodat zij zich er zelf op kunnen voorbereiden.
In de groep kondigen we van tevoren aan dat we gaan eten, verschonen/plassen of dat
het tijd is om naar bed te gaan.

We stimuleren de contacten met andere kinderen en geven de kinderen de mogelijkheid om intensieve relaties te hebben met een klein aantal leidsters.
Bij ieder kind bekijken we welke motorische vaardigheden het aan zal kunnen.
We helpen in eerste instantie met woorden en/of voordoen.
Pas wanneer dat niet lukt, helpen we door het samen te doen.

2.2.3 Veiligheid, conflicten en gedrag

De kinderen leren overzien wat er moet gebeuren. Alleen wanneer een kind nog niet kan begrijpen waarom iets niet mag of wanneer het gevaarlijk is, stoppen we het gedrag abrupt.
Straffen komt pas aan de orde in uiterste nood, bijvoorbeeld wanneer het kind te boos of te door gedraaid is om voor rede vatbaar te zijn.

Bij conflicten of andere moeizaam verlopende contacten tussen de kinderen,
zorgen we dat we in de buurt zijn. Bij sommige kinderen is dat voldoende om ze de moed te geven te zeggen wat ze graag willen, met anderen proberen we samen aan het andere kind duidelijk te maken wat het probleem is en laten zo mogelijk de kinderen zelf naar een oplossing zoeken.

Bij grotere kinderen praten we ook achteraf over de gebeurtenissen om hen inzicht te
laten krijgen in de gevolgen van hun gedrag voor een ander kind.

Wij beoordelen wanneer een situatie te gevaarlijk of te angstig wordt voor een kind.
Die verantwoordelijkheid kan een kind niet zelf nemen. De kinderen kunnen daarvan op aan.

2.3 Kinderen met bijzonderheden in de ontwikkeling

Als er problemen in ontwikkeling of gedragsproblemen zijn bij kinderen, moet er soms samen met collega’s en ouders langer gezocht worden naar datgene dat helpt bij het oplossen van het probleem.

We gaan de ontwikkeling achterstand analyseren:

     Wat zou een reden kunnen zijn dat de ontwikkeling stagneert en hoe groot is de achterstand?

We gaan het gedragsprobleem analyseren:

  • Wanneer komt het gedragsprobleem voor: bijvoorbeeld welk uur van de dag, met welke kinderen, met welke activiteit en/of wat is de rol van de leidster.
  • Wanneer wordt het erger en wanneer valt het mee.
  • Hoe is het welzijn van de kinderen in de groep.
  • Zijn er conflicten tussen kinderen.
  • Vervelen kinderen zich niet.
  • Hoe is het met de rust in de groep.

Pas op dat je het gedragsprobleem niet spiegelt en daarmee versterkt. Corrigeer het probleemgedrag, troost het kind en laat het vervolgens weer spelen met de andere kinderen.

2.3.1 Kinderen met lichamelijke en /of psychische beperkingen 

  • Behandel het kind eerlijk en optimistisch. Zo leert het kind zichzelf te waarderen en om te gaan met tegenslagen.
  • Neem problemen van groepsgenoten serieus en ga op zoek naar een oplossing.
  • Verbied grappen niet maar bespreek hoe ze overkomen.

2.3.2 Bespreekbaar maken van gedrag met de ouders

In alle vormen van bijzonder gedrag maken we, nadat we overleg hebben gehad met het team, een afspraak met de ouders om op een rustig moment  het gedrag van hun kind te bespreken.

  • Samen kijken we naar een eventuele oplossing.
  • We kijken ook naar de thuissituatie van het kind.
  • We proberen op een lijn te staan in het belang van het kind.
  • Eventueel kunnen we samen met de ouders kijken of we externe hulp gaan inschakelen, de huisarts wordt dan als eerste op de hoogte gebracht en evt. kunnen we ons beroepen op het consultatiebureau of JGZ.

2.3.3 Ondersteuning van de groepsleiding

  • We bespreken het probleem met het hele team en Jolanda en Joke.
  • We zorgen dat er steeds een evaluatie plaatsvindt waarin de leidsters steeds kunnen aangeven waar zij persoonlijk tegen aanlopen.
  • Iedere leidster kan aangeven of zij het aankan om met dit probleem om te gaan en hoever zij hierin mee wil gaan.
  • Als een leidster aangeeft het niet aan te kunnen, neemt een collega het over, we doen het met zijn allen als één team.

2.4 Dagindeling Knorretje

8.00 uur De kinderen komen binnen.
9.00 uur De kinderen mogen vrij spelen.
9.30 uur Water drinken met een kaakje, bezoekje aan de wc.
10.00 uur Een binnen of buiten activiteit.
11.00 uur Opruimen, handen wassen en de tafel dekken.
12.00 uur Lunchen.
12.30 uur Plassen, verschonen en naar bed.
Kinderen van alleen de ochtend worden opgehaald.
Kinderen die niet meer slapen gaan een boekje lezen.
13.00 uur Afwassen en de vloer schoonmaken.
Kinderen slapen of doen rustig een spelletje.
15.00 uur Knorretje ontwaakt en de kinderen worden aangekleed.
Water drinken en fruit eten.
16.00 uur Een binnen of buiten activiteit.
16.30 uur De eerste kinderen worden weer opgehaald.

De baby’s hebben natuurlijk hun eigen ritme.

2.5 Kindermishandeling en huishoudelijk geweld

Alle medewerkers zijn op de hoogte van de meldcode “kindermishandeling” en handelen hiernaar. Deze code bevat een protocol hoe om te gaan wanneer er een vermoeden is van kindermishandeling bij een kind.

Onder kindermishandeling wordt verstaan: Elke vorm van voor het kind bedreigende of gewelddadige interactie van fysiek, psychische of seksuele aard, die de opvoeders van het kind in de afhankelijkheidsrelatie, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend aan het kind in de vorm van fysieke en of psychische stoornissen.

3 Ouder beleid

In het ouder beleid gaat het over de omgang met de ouders.

3.1 Breng- en haalgesprekken

Wij nemen tijd voor breng- en haal gesprekken met de ouders.
Hoe beter we weten wat een kind thuis beleefd, hoe beter we het kunnen begeleiden.

3.2 Relatie met de ouders

Elke leidster is verantwoordelijk voor een goede relatie met de ouders van de kinderen
en zorgt ervoor dat de informatie uit het werkgebied aan de betreffende ouder wordt
door gegeven.

Op deze manier zorgen we ervoor dat ouders niet tussen wal en schip raken en de
pedagogische informatie over hun kind krijgen waar zij recht op hebben.

3.3 Intake gesprek en beginperiode

Tijdens de intake gesprekken praten we met de ouders over het reilen en zeilen van het
k.d.v. en het wennen van henzelf en hun kind. Ouders bepalen mede hoe dit wenproces zal verlopen om vertrouwd te raken met de nieuwe situatie.

In de beginperiode houden we zoveel mogelijk de manier van opvoeden van de ouders aan.
Zijn er grote verschillen tussen onze manier en die van de ouders, dan praten we
daarover.

We doen moeite om samen met ouders te komen tot een aanpak die voor het kind het
beste lijkt en die past binnen ons pedagogisch beleid.

3.4 Observatie en overgang gesprekken

We organiseren overgangsgesprekken wanneer een kind van de baby- naar de
peutergroep gaat en wanneer een kind van de peutergroep naar de basisschool gaat.
Dit doen we volgens een observatie programma Pravoo, waarin de ontwikkeling van het kind
wordt besproken.

3.5 Probleem-signalering

Problemen worden gesignaleerd en besproken in het team en met de betreffende ouder.
Op verzoek van ouders of leidsters kunnen deze gesprekken tussendoor plaats vinden.

3.6 Schriftje

Iedere maand wordt er in het schriftje van het kind door zowel de leidsters en de
ouders een stukje geschreven wat er zoal is gebeurd op het K.D.V. en thuis.

Begin van de maand worden de schriftjes door de leidsters meegegeven aan de ouders en de ouders leveren ze, geschreven, voor de 15e van de maand weer in bij de leidsters.

Na het verlaten van het K.D.V. wordt het schriftje mee gegeven.

3.7 Extra dagen 

De ouders kunnen een extra dag afnemen, dit wordt aangevraagd via de mail en dan wordt er gekeken of de groepsgrootte dit toelaat. De ouders ontvangen een extra dag formulier om in te vullen.

4 Personeelsbeleid

4.1 Algemeen

4.1.1 Bezetting

Elke dag werken er twee of drie vaste leidster per groep.

4.1.2 Vier ogen beleid en 3 uurs regeling

Wet kinderopvang vier ogen beleid: De houder van een kinderdagverblijf organiseert de dagopvang op zodanige wijze, dat de beroepskracht de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene.

Knorretje geeft hier op de volgende manier invulling aan:

  • De groepen openen gezamenlijk waarbij er drie á vier leidsters aanwezig zijn.
  • Tijdens de pauze zijn Jolanda of Joke aanwezig en ook het personeel houdt meestal pauze in de keuken van de groep.
  • Tijdens het slapen van de kinderen is er een babyfoon aanwezig in de slaapkamer.
  • Vanaf 17.00 uur staat de  leidster op de peutergroep voor een half uur alleen op de groep ( dit zijn twee dagen van de week, de andere drie dagen staan de leidsters met zijn tweeën)
  • Dan komen ouders hun kinderen op halen en lopen doorlopend in en uit. Dit wordt gezien als de extra paar ogen en oren.
  • Op de baby en dreumes groep staan de leidsters altijd met zijn tweeën tot 17.45 uur en ondertussen is dan de peuterleidster al aanwezig.
  • Vanaf 17.30  uur wordt er gesloten door de leidsters van de bovengroep en benedengroep samen.

Dit besluit is genomen in overleg met de oudercommissie.

Knorretje maakt tijdens de pauze en het laatste uurtje van de dag gebruik van de 3 uurs regeling.

De rest van de dag maken wij hier geen gebruik van.

Hoe deze regeling precies is ingevuld, kunt U lezen in het kopje A-Z vragen

4.1.3 Invallers

We werken niet met invalleidster zodat het aantal leidsters overzichtelijk blijft en de kinderen
een band kunnen opbouwen met alle leidsters.

Wel zijn er regelmatig stagiaires aanwezig, dit werkt ook als ondersteuning voor het personeel.

Marijke, Jolanda en Joke springen regelmatig bij als ondersteuning bij uitstapjes en/of extra activiteiten zoals pasen en kerst.

Ook kunnen zij bijspringen op de baby groep bijvoorveeld bij het geven van flessen.

Mocht het een keer zo uitkomen dat er één leidster aanwezig is omdat de rest is gaan wandelen, kan zij een beroep doen op Marijke, Jolanda of Joke.

Er zijn altijd minimaal twee leidsters aanwezig.

4.1.4 Vrije dagen

A.T.V. dagen worden gecompenseerd bij ziekte en/of vrije dagen van een collega.
Ook is het mogelijk dat een leidster van de beneden groep wordt ingezet bij de
bovengroep en andersom.

Vrije dagen worden in overleg met directe collega’s en vervolgens na goedkeuring van Marijke, Jolanda en Joke opgenomen.

4.1.5 Werkoverleg

Drie a vier keer per jaar hebben de leidsters een werkoverleg waarin de kinderen, algemene zaken en het gekozen thema worden besproken.

Deze avonden zijn van 19.00 tot 21.00 uur en de uren hiervan vormen een vrije dag die
later kunnen worden opgenomen.

Dringende zaken rondom personeel, ouders en/of kinderen worden gelijk besproken .
Hiermee wordt niet gewacht tot het moment van een werkoverleg.

4.1.6 Telefoon

De telefoontjes die binnen komen bij de beneden groep worden doorverbonden met de
boven groep en het kantoor als dat op hen betrekking heeft.

Er worden dus geen boodschappen aangenomen als de desbetreffende persoon aanwezig
is.

Is de persoon niet aanwezig dan wordt het opgeschreven in het telefoon schriftje.

4.1.7 Overdracht en taken

Er is ook bij beide groepen een overdracht schriftje aanwezig.

Hierin staat de overdracht naar een collega in beschreven en zaken die nog afgehandeld
moeten worden.

De taakuren van de leidsters worden na eigen inzicht ingevuld.                                                                                                                 Er zijn altijd momenten dat er 1 leidster extra staat op de groep, maar ook Marijke, Jolanda of Joke kunnen voor een taakuur worden ingezet.

De taakuren worden gebruikt voor:

-schrijven van schriftjes

-observaties

-gesprekken met ouders

4.1.8 Inkomende post

De ingekomen post voor Jolanda en Joke wordt in het bakje gedaan.

4.1.9 Containers en schuur

De containers worden aan de weg gezet door de beneden groep en de schuur wordt
geopend en gesloten door de boven groep.

4.1.10 Privacy

Het K.D.V. kent een privacy reglement.

Dit beleid zorgt ervoor dat er geen informatie over ouders en/of kinderen buiten het
K.D.V. wordt besproken, dit is vertrouwelijk.

4.1.11 Veiligheid, gezondheid en hygiene 

Iedere leidster heeft wekelijks een schoonmaak taak, dit kan de toilet, keuken,speelruimte,
slaapkamer, dweilen, gang of trap zijn.

Maandelijks wordt het grote speelgoed in de speelzaal en ramen gedaan.

Elke dag wordt natuurlijk de aankleedruimte gedaan, wc’tjes van de kinderen, tafels en vloeren.

Alle kinderen hebben hun eigen lakentje en dat wordt ook elke dag weer gewassen, elke dag weer een schoon en fris lakentje

Verder heeft Knorretje een beleid “veiligheid en gezondheid”

In dit beleid worden de kleine en grote risico’s beschreven en wat de maatregelen zijn om deze zo goed mogelijk te voorkomen en adequaat op te lossen.

Daarnaast wordt beschreven hoe kinderen geleerd wordt om om te gaan met kleine risico’s .

4.1.12 Seksuele intimidatie, agressie en geweld

Knorretje heeft een beleid dat tegen seksuele intimidatie is en tegen agressie en geweld zowel voor het personeel onderling als voor het personeel naar kinderen gericht. Bij overtreding van dit beleid volgt er een ontslag.

4.1.13 Drank, drugs en roken

Bij Knorretje geldt er een verbod op drank, drugs gebruik en een rookverbod binnen het
kinderdagverblijf en buiten in het zicht van de kinderen.

4.1.14 Ziekte

Het personeel dient op de hoogte te zijn over het ziekte verzuimbeleid, de VGWM, de
PAGO en de AOS.

Bij ziekte van het personeel wordt de ARBO dienst ingelicht en volgt de procedure die daaraan gekoppeld is.
De VGWM staat voor Veiligheid, Gezondheid, Welzijn en Milieu.
Knorretje zal er alles aan doen om deze vier elementen te realiseren en te behouden.
Tijdens werkoverleg is dit een terug kerend onderwerp.

De PAGO en AOS staan voor Periodieke Arbeids Gezondheidkundig Onderzoek en
Arbeids Omstandigheden Spreekuur

5 Organisatie beleid

5.1 Openingstijden, haal- & brengtijden

De openingstijden van Knorretje zijn van 8.00 tot 18.00 uur.

De dagen dat Knorretje gesloten is, zijn de algemene feestdagen en twee weken in de zomervakantie.

De kinderen kunnen gebracht worden tussen 8.00 en 9.30 uur.
Tussen 12.30 en 13.00 uur gebracht en opgehaald worden (dit i.v.m. halve dagopvang) en
tussen 16.30 en 18.00 uur op gehaald worden. Eerder ophalen of later brengen is mogelijk in overleg met de leidsters.

Als uw kind door anderen wordt op gehaald, geef dit dan door aan de leidsters.
Hierbij is het noodzakelijk dat deze persoon bekend is bij Knorretje.
Zonder melding van de ouders, wordt het kind niet meegegeven.

5.2 Extra dagen

Extra dagen kunnen aangevraagd worden via de mail.
Als de groep de ruimte biedt voor een extra kind kan de aanvraag worden gehonoreerd.

5.3 Opzegtermijn

Het opzegtermijn is twee maanden en kan per de 1e of de 16e van de maand.

5.4 Minimale afname

Wij hebben een baby- , dreumes groep van 13 of 14 kinderen en een peuter groep van
14 a 16 kinderen.

Een kind is minimaal twee dagdelen aanwezig bij Knorretje.

5.5 Doorstromen

De doorstroom naar de peutergroep vindt plaats tussen de 2 en 2,5 jaar.

Als er een kind naar de basisschool gaat, stroomt er weer een dreumes door naar boven.

Wij proberen altijd te kijken naar evt. vriendjes of vriendinnetjes om die gezamenlijk
door te laten stromen.

5.6 Medicijnen

Ouders zijn verplicht een medicijnen lijst in te vullen als het kind medicijnen mocht
gebruiken.

Deze lijst blijft, voor één en hetzelfde medicijn, een jaar geldig.

5.7 Formulier slaapgedrag en wandelen

Ouders vullen ook een formulier in voor het slaapgedrag van hun kind en er is een formulier waarin ouders toestemming geven voor een wandeling buiten het terrein van Knorretje.

5.8 Huisregels voor de kinderen

Knorretje heeft een aantal regels die behoren tot ons beleid en die indien nodig
veranderd of bijgesteld kunnen worden:

  • De kinderen blijven tijdens de maaltijd aan tafel
    zitten totdat iedereen klaar is.
  • De eerste boterham is met hartigheid (vega worst voor de 1 jarige) of appelstroop en de tweede naar keuze zoals gestampte muisjes of gekleurde hagelslag.
  • Na het eten gaan de kinderen  plassen en handen wassen.
  • De kinderen mogen niet van stoelen of tafels springen, niet met speelgoed gooien, niet
    met ramen en deuren spelen, niet in de box klimmen, niet de mandjes leeg halen en niet lopen met kleurtjes en stiften.
  • Het speelgoed dat in de kast staat, wordt gepakt door de leidsters en wordt aan tafel
    gespeeld.
  • Het speelgoed wordt eerst opgeruimd voordat er een nieuwe activiteit plaatsvindt.
  • Regels zijn voor kinderen belangrijk en zij pakken dit vrij makkelijk op.

5.9 Evaluatie regels, afspraken en veiligheid

Knorretje zal er alles aan doen om het K.D.V. zo schoon, veilig en kind vriendelijk te
houden. Twee keer per jaar worden alle regels, afspraken en veiligheidskeuringen geëvalueerd
en indien nodig behandeld.

5.10 Klachten behandeling

Klachten van welke aard dan ook worden gelijk behandeld.

5.11 Vragen

Voor vragen over uw kind kunt u terecht bij de leidsters van de groep. Jolanda is gespecialiseerd in het financiële gedeelte , Joke voor de planning en organisatie en Marijke voor de personele zaken.

5.12 Oudercommissie

Vanaf januari 2005 hebben wij een oudercommissie, deze bestaat uit een aantal ouders, zij stellen zich aan u voor op de informatieborden in de gangen beneden. U ontvangt na elke vergadering een email met de notulen van de oudercommissie. Zij komen ongeveer vier tot zes keer per jaar bij elkaar waarvan twee keer met Jolanda, Joke en Marijke.

Hierin worden alle zaken rondom de organisatie besproken.

De oudercommissie heeft een adviserende rol en ondersteunen Jolanda, Joke en Marijke.

5.13 Kinderziektes

De stappen die genomen moeten worden bij kinderziektes voeren wij uit volgens de
protocollen van de GGD.

Daarnaast heeft Knorretje ook zijn eigen protocollen t.a.v. deze kinderziektes.
Deze hangen wij op indien dat nodig is, maar u kunt ze altijd inlezen op de groep.

Als een kind ziek wordt bij Knorretje worden de ouders altijd gebeld om ze hiervan op de hoogte te stellen.                            We vragen de ouders om hun kind dan eerder op te halen, dit gaat altijd in overleg met de ouders omdat Knorretje goed begrijpt dat een ouder niet altijd direct kan komen.

5.14 BHV

In het team zijn twee of meer bedrijfshulpverleners aanwezig.
Zij zijn in bezit van een diploma E.H.B.O en communicatie / begeleiding bij brand.
Ieder jaar gaan de leidsters op herhaling cursus.

Daarnaast hebben 5 leidsters een specifieke diploma kinder EHBO en deze zal ook ieder jaar herhaald worden.

6 Financieel beleid

6.1 Speelgoed en spelmateriaal

In het totale budget zit een vast budget per jaar voor speelgoed en ander
spelmateriaal voor beide groepen samen. In onderlinge overleg bespreken we wat op een bepaald moment prioriteit heeft.

6.2 Schoonmaak en levensmiddelen

Er is een vast budget voor schoonmaak,- en levensmiddelen.

6.3 Groot materiaal

Ieder jaar wordt er een bedrag gereserveerd voor onderhoud en aanschaf voor groot
materiaal of meubels.

6.4 Ziekte

Zieke leidsters vervangen wij binnen het team op, zodat voor de kinderen alles gewoon doorgaat, aangezien zij de leidsters allemaal kennen.

6.5 Vakantie

Vakantiedagen van de leidsters worden ook volledig opgevangen.

7 Accommodatie beleid

7.1 Persoonlijke bezittingen en slaapplek

Alle kinderen hebben een eigen mandje en met een ander kind een bedje.
Zij hebben wel allemaal hun eigen lakentjes.

7.2 Variatie in ruimtes

Er zijn verschillende ruimtes zo ingericht dat er rustig een spelletje of puzzeltje
gedaan kan worden, een knutsel hoekje, een poppen hoekje, spring en klauter hoekjes.
Op de dag is er ruimte voor het kind om zelf een keuze te maken wat zij willen gaan
doen.

7.3 Kinderhoogte

Kranen en toilet zijn op kinderhoogte en tevens is er een kinderleuning bij de trap.

7.4 Speelgoed

Bij de aanschaf van speelgoed en spelmateriaal letten we erop dat facetten van de
ontwikkeling van de kinderen aan bod kunnen komen.

7.5 Buitenverblijf

Buiten is er genoeg ruimte voor de dreumessen en peuters.
Er is ook een buiten box voor de baby’s.

7.6 Beheer van gebouw, terrein en inventaris

Er is een doelmatig beheer van het gebouw, het buiten terrein en de inventaris.
Periodieke inventarisatie van onderhoudszaken zoals speeltoestellen en alle controles
op veiligheid en gezondheid.

7.7 Onderhoud en keuringen

Van de onderhoudszaken wordt een logboek bij gehouden net zoals bij de keuringen van
de brandblusapparaten en de c.v. ketel.

 

Copyright 2019 | Kinderdagverblijf voor Delft en Delfgauw Knorretje